inhoud
maes-frans
verdren-andre
kronieken
handel
kerk
vangramberen-maria
abeloos-cornelius-cludts
abeloos-mommaerts
abeloos-petrus-cludts.
abeloos-wauters
ackermans-de-rom
belis-peeters
belis-verboomen
beyens-noppen
bonnast-storms
abeloos
cappuyns-hernalsteen
claes-abeloos
claes-dandelot
cludts-defrère
cludts-keyaerts
cludts-risban
craps-van-loo
kutse
https://www.akkosjeke.be/
https://acko.be/
https://vredebal.be/index.html
https://www.chiroflurk.be/
https://www.wtcoa.be/wtc-oa-vzw/
http://www.witlooftrekkers.be/
https://www.badmintonvlaanderen.be/group/0042D171-E7E9-49E3-A15C-B9E6858BA739/EVERBERGSE-BC
https://www.samenferm.be/netwerk/lokale-groepen/everberg/308
https://www.fidastic.be/
https://everberg.gezinsbond.be/
http://www.kumiuchieverberg.be/
https://www.fermeverberg.be/
https://www.missingyou.be/
https://www.de-negensprong.be/oudercomiteacute.html
https://www.spem.be/
https://www.samana.be/
https://www.scoutskortenberg.be/
http://www.turnendanseverberg.be/
http://www.unitedbrass.be/
https://hubevo.weebly.com/
https://www.wtcoa.be/wtc-oa-vzw/
https://www.cskeverberg.be/index.php
armendaal
abeloos
attelage

EVERBERG

Kronieken

Begin

Terug

Vooruit

Uitloggen

Inhoud

Menu

Petrus Noppen en Petrus Dandelot

Van Petrus Fernandinus heeft de familie Noppen hun bijnaam of roepnaam Toinges gekregen? Hun Pachthof ligt naast dat van Kroll (Penninckx), en verder Moeijes (Claes) en Artouis.


Lagergelegen, was het bij Pierre Dandelot (Pie Lot) met de befaamde uitspraak “As Pie hie nix te zegge eet, dan mut em hie aok nie aan de muur hange” en Pierre nam de familiefoto van de muur naast de schouw, en gooide die in de Leuvense stoof ? (dixit Wis van Kuie ?)

© Luc De Muylder oktober 2018

Pie en Juul na de Tweede Wereldoorlog

Pie en Juul Van Campenhout, gingen na de tweede wereldoorlog, in het wielenfabriek van Saventhem werken, 1948 -1950, en leerden daar de stiel van monteur reparateur. Later werden ze beide, in Vrebos, fietsenverkopers en herstellers, maar Pie was beter dan Juul, die er mee is gestopt. Pie en Jules hadden ook een werkmakker uit Erps, die volledig nieuwe fietsen monteerde, later in Kortenberg. Pie verkocht dan het merk Northon en Ludo.


In de fabriekj maakten ze “janten en rayons” voor fietsen en auto's, de luxe-voituren van Minerva, het fabriek van enen Hollander in Antwerpen. Om de velgen en spaken te laten “vernikkelen” moesten ze naar het stovenfabriek van Machelen, waar Leuvense stoven werden gemaakt: het vernikkelen was chromeren.


Juul had in die tijd een kleine melkronde met paard en kar, en ook zijn dochter Hilda reed met die melkkar. Jules bracht die melk naar de stoom-melkerij van Meerbeek. Voor de oorlog verkocht hij in kleine hoeveelheden de melk aan het Biesthof of aan de melkerij van de gebroeders Storms.


Juul, de melkboer, nam voor boeren die een panne hadden aan hun ijzeren alaam (bv handploeg) dit gerief mee naar Janneke Reijns, de smidt, ook zijn paarden werden daar “beslagen”. Oud ijzer en koper nam hij mee naar Takke, later naar Kamiel. Later om het “snijmes'” van de handploeg te plooien, harden en scherpen, werd dit ook bij Janneke Reijns gebracht en afgewerkt. De vraag van de boeren van Vrebos om hun gerief mee te geven aan Jules werd opgeschreven achteraan in het “melkboek”. Daar stonden dan namen in als Kroll, Michel, Armaa, Drieskes, Boeschtring, … den datum en namen van gerief: pik, pikhaak, zaasem, onsschaa, greep, witloofgreippeke, mesthaok, ploegblad, ploegmes, ook de rekening en betaaild, 25 centiem bv.


Vraag: een reulleploeg, wat is dat ?


© Luc De Muylder 10 november 2018

Figuren van Vrebos : Kuie of Felix Abeloos

Over een fis, een fis-ijzer en Kuie, of die van Kuie (Abeloos), een familie uit Everberg. Felix en Joanna waren getrouwd in Vrebos.


Kuie zijn jonge duiven werden op het kot “verbeten” (1958). Volgens Kuie was het een “Fis” dat onder den haitsel*-mijt, op Juul en Wis (Van Campenhout-Abeloos ?) hunnen witloof-hof, woonde.


De “haitsel” lag op het perceel dat paalde (grenst) aan de woonst* van Kuie en aan het pachthof van Neppeke, naast Raymond van Pinnekes.


Kuie zou het wel te pakken krijgen, dat fis, met een fis-ijzer, want ook zijne “goeie keupper” was ge-atakeerd en gekwetst.


Een fis, wat is dat dan? En een fis-ijzer, wat kan dat dan wel zijn ? En wat leverde het zetten (?) van een fis-ijzer op ? (op Kuie zijn duivenkot, tussen zijn prijsduiven, werd het geplaatst)


* Haitsel of aitsel: een bussel van kort gekapte fijne takken, bij voorkeur “Els”, om de broodoven te stoken.


** De woning van Virginia Wauters en Felix Abeloos werd later in de jaren zestig gekocht door Achiel en Josée Penninckx-Van Roey (Achiel van de muilder en Jozee van 't pachthof van Moorsel ?)


© Luc De Muylder 15 november 2018

Fis-ijzer

1. Fis was de verzamelnaam voor een roofdiertje waarvan men niet precies wist wat het eigenlijk was ! Een marterachtige nl wezel (ook muishond genoemd ?), bunzing, marter, hermelijn (haalt de eieren weg bij de kieke, zonder de kieke te pakken), ... en fret, een gedomisticeerde kruising van bunzing enz ???


2. Hierbij een afbeelding van een in het verleden veel gebruikt Fis-ijzer.


Links op de foto dat van Jules Van Campenhout, geladen met kaas voor de gelegenheid, mijne pepé zat er spek op, rechts dat van Felix Abeloos of Kuie geheten in de volksmond. Het ijzer was een gevaarlijk moordwapen, zelfs voor de plaatser die het opstelde. Ge moest het ook met een pin-ijzer goed vastmaken in de grond of aan een balk of muur.


3. Kuie had een fis-ijzer gezet op zijn duivenkot, omdat zijn jonge duiven werden weghaald door een “fis”. En een nacht na de plaatsing van het moord-ijzer had hij al prijs: zijn eigen “dikke zwette kouter” (zwarte kater) zat er met zijn voorpoot in, en die had volgens Hilda Van Campenhout lelijk huisgehouden om zich te kunnen bevrijden: de toegang tot het duivenkot was hierdoor beschadigd
(geabumeed).


4. Volgens, Dolf De Muylder was Kuie ook een behoorlijk zuinig mens (gierig): zo erg zelfs dat op een dag de witloofkuisers in zijn witloofkot kloegen over klamme en koude handen, en dat hij zijn stoof wat harder mocht stoken. Kuie merkte op aan de witloof-kuisers dat de lage temperatuur helemaal niet waar was, want, de moor (waterketel) die naast de stoof stond, dat die zouide !!! (Koken – van een straffe uitspraak viel Kuie nie achterover).


Het pachthof dat door Merieke van Kelves en Raymond van Pinnekes werd gekocht, behoorde daarvoor toe aan “den Beer”, een struise norse boer die De Kelver heette. (?) dixit Dolf De Muylder.


© Dolf en Luc De Muylder en Hilde Van Campenhout 23 november 2018

Wagenmaker

Alfons Verrijdt, mijn nonkel, was van opleiding een wagenmaker aan de Chasse in Etterbeek en daar bouwden ze houten wagens voor bierhandelaren (biestekers - Fons Gijns oa uit Everberg).


Wanneer hij houten poorten voor schuren en garages maakte werkte hij met wagenbouten of ladderbouten zijn terminologie voor die boullons, om de "sporen" (scharnieren) op de poorten te boulloneren.

© Luc De Muylder 3 december 2018

© Lode Mommaerts

Pachthof van Piekes

Mijn Bobonne was er geboren (Coleta Devogelaer) en zoals ook mijn andere grootmoeder mijn Marraine (Louisa Abeloos) sterke vrouwen uit hun tijdperk.


Nog een merkwaardigheid: mijn vader Henry Adolf De Muylder, moet tainke Vonne zeggen tegen Yvonne Demuylder,

die ook zijn nicht is omdat ze de dochter is van Fakke van Gukke (de oude).


En het pachthof van Driskes, ook die bewoners waren familie, Amelieke en Merieke waren dochters van Andries Penninckx,

zoon van Lemmeke en broer van Adolphina Penninckx, die de grootmoeder en doopmeter was van mijn vader.

Ludovicus Penninckx, ook een zoon van Lemmeks, bouwde een hoeve aan den Kerckeweg die loopt van de Voerpoel tot de kerk van Everberg.

Zijn dochter Clementina Penninckx, zuster van Gust en Armaa, huwde met Jean Temst. Later werd de hoeve van Lewie van Lemmeke, den Temst geheten.


Ook die hoeve had een Loemmerhoek, een struikgewas waar op zondag na den noen werd gerust.

Ook nabij het pachthof van Lemmeke was een loemmerhoek, waar Gukke in zijn oude dag dikwijls ging rusten.


De loemmerhoeken waren met taxusstruiken of venijnboom tot een bolvormige struik gesnoeit.

De loemmerhoek van Clementine van de Temst bestaat nog. Langs de Kerkeweg.


Ook een lindeboom was bij Lemmeke een typische boom nabij het erf. Die van Clementine staat er nog,

die van Driskes is enkele jaren terug omgewaaid.


PS.Over de loemmerhoek van Gukke en Jeanne van de Woal doet er zich nog een bevreemdende vertelling ?

© Luc De Muylder

Rondtrekkende visboeren

Guske Mossel, Augustinus Crabbé


Visboer voor en na WOII, verkocht haring, bakharing, schol, makreel en mosselen.


Annekdote met Guske Mossel en Plin van Jakke (Smets), moeder van Louis Smets (gehuwd Louisa Van Campenhout) en Julius Smets (gehuwd Julia Desmedt aka zJellie van Jakke) en grootmoeder van Jozefus en Henricus Smets, nabij het pachthof van Lemmeke,


Bij de aanbieding van zijn waren, door Guske Mossel, aan Plin en Fienke van Lemmeke, zegt Plin “Tsen vieze mosselle zenne, dei moek ni emme”.

Waarop Guske replikeerde “Vieze mosselle, vieze mosselle, da kinne kik ni zeulle, moa vieze miense dei zen al dikkes teege gekomme zeulle”, waarop Guske zijn tournee verder zette richting den Becker en Bertin van Polleke Daai.


Guske Mossel verkocht vis en mosselen met paard en kar: wie heeft er nog een foto van Guske met zijn viskar ?


In de jaren 1950 liet Guske Crabbé zijn visronde over aan Wis en Isidore, vishandelaren uit het Brusselse, die met een kamoinette kwamen, waar de vis en de schelpdieren op gemalen ijs van de Ijsfabriek van Stroembeek, zij voerden nog dikke klompen ijs mee om stukken af te kappen om de vis fris te houden. Wis en Isidoor kwamen heel vroeg in de ochtend op Vrebos langs ter hoogte van Jeanne van Suske haar staminee: op een vast tijdstip. In de zomer lekte het gesmolten ijs wat door de houten vloer van de camionette.


AAugustinus Crabbé is de vader van Maria, Jozef, Vinus, Godelieve, . . . ?

© Luc De Muylder